Weblog: De beste niet langer ijskoud

Weblog: De beste niet langer ijskoud

‘Airco ijskoud’, las je vroeger in occasion-advertenties. En zo was het in andere tijden ook, áls hij werkte. Kom daar tegenwoordig nog eens om. De poolwind is gaan liggen, de airconditioning van nu een watje. Ik merkte het voor het eerst in een BMW bij een introductie in Italië. De airco stond aan maar ik voelde er niks van, het bleef lauw. Gek, zo warm was het niet. Na veel gehannes met de blower en de ventilatieroosters ontdekte ik in het klimaatcluster een max-stand. Eureka, opgelost.
Sindsdien zag ik in testauto’s steeds vaker een eco-stand voor een nog net verantwoord minimum en een max-knop die de poolwinden alsnog op volle kracht laat blazen, met alle geluidsoverlast van dien. En meer en meer lijken systemen in de standaard-setting onvoldoende op hun taak berekend.
Afgelopen week reed ik – met groot enthousiasme verder – de nieuwe Mazda 3. Mooi weer, felle lentezon – airco aan dus. Het bleef pislauw in de auto. Kapot? Onmogelijk, het is een Japanner. Wederom een vruchteloos gevecht met blower, A/C- en auto-knoppen. De 3 heeft géén max-stand. Een dag later leek hij het weer wel te doen, al bleef het verkwikkende effect ver achter bij wat ik van mijn Siberisch blazende youngtimers gewend ben. Was ik gek geworden? Leed ik aan hittestuwingen? Toch even voor een systeemcheck naar de dealer. Nee hoor, de airco werkte, zij het héél zachtjes. De 3 is geen uitzondering. De klimaatregeling van de Audi e-Tron die ik nu rijd doet het in de eco-stand iets beter, maar het is bepaald geen Antarctica.
De oorzaak is natuurlijk de emissiewedloop. Ik ben opgegroeid met de vuistregel dat airconditioning het verbruik met rond de 10% verhoogt. Dat pakt slecht uit voor CO2-waarden die je als fabrikant met man en macht probeert te drukken. De oplossing is het systeem een standje softer af te stellen. Maar dat geeft in nieuwe auto’s meer overlast dan in oude. Tegenwoordig moet de airco aan bij zonnig weer met buitentemperaturen vanaf 15 graden, als de zon heel fel is al iets eerder. Komt door de grote glasoppervlakken van de sterk hellende voorruiten en de navenant riante, fors opwarmende  dashboardoppervlakken tussen glas en stuur. Bovendien dringt in veel gevallen extra licht en warmte binnen via het panoramadak. Je zit letterlijk in een broeikas. Wat een sof: Je hebt meer koeling nodig en krijgt minder. Ik vrees dat in een voelbaar opwarmend klimaat steeds meer automobilisten reden tot klagen zullen vinden over de koelcapaciteiten van hun auto. Als dit jaar net zo’n zomer krijgt als het vorige, wordt je vakantie letterlijk een oorverdovende ervaring. Maar niet hier. Ik pak mijn achttien jaar oude Volvo S60. IJs- en ijskoud.

‘Airco ijskoud’, las je vroeger in occasion-advertenties. En zo was het in andere tijden ook, áls hij werkte. Kom daar tegenwoordig nog eens om. De poolwind is gaan liggen, de airconditioning van nu een watje. Ik merkte het voor het eerst in een BMW bij een introductie in Italië. De airco stond aan maar ik voelde er niks van, het bleef lauw. Gek, zo warm was het niet. Na veel gehannes met de blower en de ventilatieroosters ontdekte ik in het klimaatcluster een max-stand. Eureka, opgelost.
Sindsdien zag ik in testauto’s steeds vaker een eco-stand voor een nog net verantwoord minimum en een max-knop die de poolwinden alsnog op volle kracht laat blazen, met alle geluidsoverlast van dien. En …

Lees verder…

Source: Autoweek